Het Wijnbrevet is geen examen dat je even tussendoor doet, maar het is ook geen monster. Hier lees je precies hoe het examen is opgebouwd, waar cursisten op struikelen, hoeveel studietijd realistisch is en hoe je merkt dat je er klaar voor bent — zonder verzonnen slagingspercentages.
Meerkeuze met 3 antwoordopties, 75 minuten. Geslaagd bij 60%, met minimaal 2 van de 6 proefvragen goed.
Het examen is vooral breed: 11 hoofdstukken, van klimaat en bodem tot de Nieuwe Wereld. Kennis wint het van slimheid.
Zes glazen op tafel, vragen over herkomst en kenmerken. Haal je er geen 2 van de 6, dan zak je — ook met een goede theoriescore.
Om te weten hoe moeilijk het Wijnbrevet is, moet je eerst weten wat er precies van je gevraagd wordt. De officiële examenprocedure van SDEN (Stichting Dranken Examens en Normering) is daar duidelijk over:
Dat laatste is belangrijk: je meldt je zelf aan bij een erkende examenlocatie, bijvoorbeeld de Wijnacademie in Maarn, die het examen vrijwel maandelijks afneemt. Het examengeld is daar in 2026 €122,50 (bron: wijnacademie.nl, examenagenda 2026); Het Wijninstituut rekent €120 (bron: wijninstituut.nl, 2026). Die bedragen kunnen wijzigen. Alle kosten op een rij vind je op onze pagina over wat het Wijnbrevet kost.
Bronnen: Examenprocedure SDEN-niveau 3 (sden.nl, pdf) en de examenpagina's van de Wijnacademie. Wijnleren is een onafhankelijk platform, niet verbonden aan SDEN.
Meerkeuzevragen met drie opties klinken vriendelijk. Toch zakken er kandidaten. Wie de stof en de exameneisen naast elkaar legt, ziet vier patronen.
Het SDEN 3-theorieboek in de Wijnleren-app telt elf hoofdstukken: klimaat en bodem, de wijngaard, druivenrassen, wijnbereiding, mousserende, zoete en versterkte wijn, Frankrijk, Italië/Spanje/Portugal, Duitsland/Oostenrijk/overig Europa, de Nieuwe Wereld, etikettering en wetgeving, en proeven, serveren en adviseren. Dat is ruim 17.000 woorden aan stof — ongeveer 1,8 keer zoveel als bij SDEN 2. Niet één onderdeel is onmogelijk; het probleem is dat je het allemaal tegelijk paraat moet hebben. Wie het boek één keer doorleest, vergeet hoofdstuk 1 tegen de tijd dat hoofdstuk 9 klaar is.
Het hoofdstuk Frankrijk is het grootste en het meest gevreesde. Je moet niet alleen de streken kennen (Elzas, Bourgogne, Beaujolais, Rhône, Provence, Languedoc-Roussillon, Loire, Bordeaux, Champagne) maar ook hun classificaties — en die werken per streek anders. In de Bourgogne gaan Premier en Grand Cru over wijngaarden, in Bordeaux over wijnhuizen. Bordeaux heeft bovendien meerdere klassementen naast elkaar: Médoc/Graves uit 1855, Sauternes-Barsac, en Saint-Émilion met een eigen rangorde. Daar komen de tien Beaujolais-cru's, de 54 Grand Crus van de Elzas en de zoetgehaltes van champagne (Brut nature 0–3 g/l, Brut 0–12 g/l) nog bij. Het is pure feitenkennis, en precies daarom levert het veel examenvragen op.
Het hoofdstuk over etikettering en kwaliteitsindeling is kort, maar verraderlijk. Wat moet verplicht op een etiket en wat is optioneel? Vermeld je één druivenras, dan moet de wijn voor minstens 85% uit die druif bestaan; bij twee of meer rassen 100%. BOB is hetzelfde als AOP, DOP en g.U.; BGA is hetzelfde als IGP en g.g.A. Daarbovenop komen de Duitse Prädikate (van Kabinett tot Trockenbeerenauslese), de Oostenrijkse DAC's en de minimumpercentages op etiketten in de Nieuwe Wereld. Dit zijn typisch de vragen waarbij je twijfelt tussen twee opties — en dan kiest een slecht voorbereide kandidaat de verkeerde.
Zes glazen, en je moet er minstens twee goed hebben. Dat is niet veel, maar het is wel een harde ondergrens: met 40 theorievragen goed en 1 proefvraag goed ben je tóch gezakt. Kandidaten die alleen uit het boek studeren, staan hier het zwakst. Je moet de typische kenmerken van de belangrijkste druivenrassen en stijlen leren herkennen — de hoge zuren van een koel klimaat, de tannine van cabernet sauvignon, de petrol-toets van oudere riesling — en dat lukt alleen door structureel te proeven volgens een vast schema.
Zoek je een woord op uit de stof? Kijk in de begrippenlijst.
Eerlijk antwoord: dat weten we niet, en jij ook niet. We hebben gezocht op sden.nl, in de officiële examenprocedure en op de examenpagina's van de Wijnacademie: SDEN en de Wijnacademie publiceren geen slagingspercentages voor SDEN 3. Sommige cursusaanbieders schrijven dat hun slagingspercentage "boven het landelijk gemiddelde" ligt, maar noemen geen getallen — dus valt er ook niets te vergelijken.
Wat we wél weten: de slagingsgrens is 60% bij vragen met drie antwoordopties. Puur gokken levert gemiddeld 33% op; wie de stof half kent, zit dus al snel rond de 60%. Dat maakt het examen haalbaar, maar de marge is klein. Een paar hoofdstukken overslaan kost je precies de punten die je nodig hebt.
Klassikale cursussen voor het Wijnbrevet bestaan meestal uit acht lesavonden van ongeveer drie uur, met daarnaast een advies van zo'n twee uur zelfstudie per week (bron: cursusbeschrijving Het Wijninstituut, 2026). Dat komt neer op grofweg 40 tot 50 uur in totaal. Doe je het als zelfstudie, dan is dat een redelijk uitgangspunt — al hangt het sterk af van je startniveau. Heb je de Wijnoorkonde al gehaald, dan ken je de basis van druiven, wijnbereiding en proeven en ben je vooral bezig met verdieping.
Voorbeeldplanning voor acht weken (een voorbeeld, geen garantie — de een heeft meer tijd nodig, de ander minder):
Reken je met 30 minuten per dag, dan is dat in totaal zo'n 28 uur plus je proefsessies. Meer tijd is prima; minder tijd wordt krap.
De grens ligt op 36 van de 60. Op een oefenexamen van 54 theorievragen wil je daarom niet nét 60% halen, maar structureel 70% of meer — drie of vier oefenexamens op rij, verdeeld over verschillende dagen. Op examendag ben je zenuwachtiger dan thuis en zit er altijd een handvol vragen bij die je niet had verwacht. Die marge van tien procentpunt vangt dat op.
Daarnaast: in elke categorie (landen, wijnbereiding, wetgeving, proeven) scoor je boven de 60%, niet alleen gemiddeld. En bij het proeven benoem je van de belangrijkste druivenrassen zonder twijfelen twee of drie herkenbare kenmerken. In de Wijnleren-app zie je dit terug in de live cijfervoorspelling en de radar per categorie; zit alles in het groen, dan is het tijd om je examen te boeken.
Twijfel je nog of je eerst SDEN 2 wilt doen? Lees dan het verschil tussen SDEN 2 en SDEN 3, of vergelijk SDEN met de internationale variant op SDEN of WSET. Alles over de cursus zelf staat op de SDEN 3 Wijnbrevet-pagina.
Het SDEN 3-examen bestaat uit 60 meerkeuzevragen, inclusief 6 proefvragen. Je bent geslaagd bij 36 goede antwoorden (60%), en daarvan moeten minimaal 2 proefvragen goed zijn. Je hebt 75 minuten de tijd.
Ja. SDEN 3 behandelt dezelfde thema's als SDEN 2, maar veel dieper: meer landen, meer appellaties, meer wetgeving en een verplicht proefgedeelte met 6 wijnen. Het theorieboek van SDEN 3 is in de Wijnleren-app ongeveer 1,8 keer zo lang als dat van SDEN 2. Wie SDEN 2 nog niet heeft gedaan, kan wel direct SDEN 3 doen: er gelden geen toelatingseisen.
Nee, voor zover wij hebben kunnen vinden niet. Op sden.nl en bij de Wijnacademie staan geen slagingspercentages voor SDEN 3. Sommige cursusaanbieders zeggen dat hun cursisten boven het landelijk gemiddelde scoren, maar noemen daarbij geen cijfers. Wij verzinnen ze daarom ook niet.
Ja. SDEN stelt geen toelatingseisen aan het Wijnbrevet-examen; je meldt je zelf aan bij een erkende examenlocatie zoals de Wijnacademie. Hoe je je voorbereidt, bepaal je zelf. Met de Wijnleren-app doe je de volledige cursus als zelfstudie, inclusief theorieboek, oefenexamens en proeflab.
De complete SDEN 3-cursus in één app: theorieboek (NL + EN), lessen van 10 minuten, 1.200+ examenvragen, 25 oefenexamens met timer, flashcards, proeflab en live cijfervoorspelling. Vanaf €12, geen abonnement, altijd SDEN 2 én 3.